Enkele dagen herfstvakantie in de omgeving van de Moezel
In de
herfstvakantie maakte ik op woensdag 28 t/m vrijdag 30 oktober een
korte uitstap naar Trier. Al lang wilde ik deze stad eens bezoeken
en nu kwam het er van. Ik reisde op mijn gemak, nam een dag voor de
heenreis, verbleef en dag in de stad en reed op de derde dag terug
naar huis. Op deze pagina staat een verslag van de drie dagen.
Van Kapelle
naar Klausen
Op woensdag 28
oktober vertrok ik omstreeks 11:00 uur bij mooi weer en aangename
temperatuur (ca. 14 C.) over de A 58 in oostelijke richting. Net
over het Schelde Rijn Kanaal sloeg ik rechtsaf, de A4 op, die over
de Belgische grens verder gaat als A12, richting Antwerpen. Daar
ging ik linksaf en verder over de A13 in de richting van Luik. Het was prachtig
weer en in het noorden van België steeg de temperatuur zelfs nog een
graadje. Tot een eindje voorbij Luik blijft het landschap vlak en in
hoofdzaak agrarisch. Ter hoogte van Herve sloeg ik rechtsaf,
richting Verviers. Vanaf dat moment reed ik de heuvels in en dat
bleef zo. De Ardennen vertoonden al mooie kleuren, hoewel de herfst
nog niet volledig had ingezet. De weg slingert langs Malmedy en St.
Vith in zuidoostelijke richting door de heuvels, de Duitse grens
over waar het wegnummer verandert in 60. Het eerste stuk in
Duitsland is tweebaansweg, met af en toe in beide richtingen een
extra baan om te kunnen passeren. Op een gegeven moment wordt de weg
vierbaans en kun je doorblazen. Bij Kreuz Witlich draaide ik
rechtsaf Rt 1 op, waaraan de stad Trier ligt. Omdat ik ook wat van
de Moezel wilde zien, ging ik vrij snel van de snelweg af en reed
naar het zuiden, naar Klausen.
Klausen is een
aardig dorp in de Eifel met een fraaie
Wallfahrtskirche in een omgeving waar
vroeger een klooster heeft gestaan. Ik parkeerde daar en liep rond
in het dorp en bekeek de kerk.

Klausen

Klausen, Wallfahrtskirche
Terug naar boven
Van Klausen
naar Piesport
Na de wandeling
door Klausen vertrok ik in zuidelijke richting door de bossen in de
richting van het dorp met de weidse naam
Piesport, dat in een bocht
van de Moezel ligt. Vanuit Klausen rijd je eerst heuvelopwaarts en
daarna steil via enkele haarspelden door de wijngaarden naar
beneden. Bovenop is een parkeerplaats vanwaar je een mooi uitzicht
hebt op dit wijndorp en de hellingen met de wijnstokken.

Blik over de Moezel en Piesport
vanaf de weg naar Klausen

Piesport aan de Moezel
Beneden gekomen reed ik de brug over en parkeerde
mijn auto, waarna ik terugliep naar de andere kant van de rivier en
wat foto's maakte van de Moezel, van het aardige kerkje en van de
fraaie noordelijke oever met de wijngaarden. De herfst was
begonnen, maar ook hier nog duidelijk niet op zijn top, gezien de vele
groentinten op de wijnhellingen en het volle bladerdak van alle
bomen.

Noordoever van de Moezel, bij
Piesport

Piesport aan de Moezel

Scheepvaart op
de Moezel ter hoogte van Piesport
Terug naar boven
Van Piesport naar Trier
Na een kop koffie op vrijwel
leeg terras van een restaurant in Piesport reed ik verder naar
Trier. De weg liep steeds in de buurt van de rivier door de
wijngaarden heen. Nog niet overal waren alle druiven geoogst, op
enkele plaatsen was men nog volop bezig met de druivenpluk, terwijl
op andere plaatsen werd gewerkt aan de verzorging van de
wijnstokken. Uiteindelijk kwam ik in de buitenwijken van Trier, waar
ik de weg naar de Petrisberg koos om mijn hotel op te zoeken.

Hotel Petrisberg
Trier
Ik had een kamer geboekt in
Hotel Petrisberg, op de gelijknamige heuvel aan de zuidkant van Trier.
Vandaar heb je een schitterend uitzicht over de stad. Ik reed terug
naar de stad om een rondje te lopen en wat te eten, waarna ik naar
het hotel ging om te slapen. Het uitzicht op de stad was inmiddels
sterk beperkt door neerdalende nevels die steeds dikker werden.
Terug naar
boven
Wandeling door Trier
Toen ik op de morgen van 29 oktober opstond en
naar buiten keek was er van de stad niets te zien. De nevel was
veranderd in mist en bedekte de hele stad. Het fraaie uitzicht dat
vanaf het balkon te zien zou moeten zijn beperkte zich vanmorgen tot
een blik in de mist.

Nevel boven
Trier
Ik ontbeet voortreffelijk in de eetzaal van het
hotel en reed daarna de heuvel af om een wandeling door de stad te
gaan maken. De meeste bezienswaardigheden staan op loopafstand van
elkaar. Rond het stadscentrum lopen de ontsluitingswegen in een
vierkant, zodat verdwalen bijna niet mogelijk is. Langs deze ruit
van hoofdwegen vind je overal parkeerplaatsen en -garages, waar je
tegen billijk tarief parkeren kunt.
Terug naar
boven
Amfitheater
Omdat ik van de Petrisberg
kwam, was de eerste bezienswaardigheid die ik passeerde het
Amfitheater, dat net buiten de wegenruit rond het centrum van Trier
ligt. Ik parkeerde op de parkeerplaats bij het monument en kocht bij
de kassa een combinatieticket, dat toegang verschaft tot een aantal
historische gebouwen en plaatsen in en om Trier. Daarna liep ik naar
binnen. Op het terrein is een route uitgezet waardoor je het theater
op allerlei manieren kunt zien. Er is niet heel veel van bewaard
gebleven, maar wat er nog staat, maakt wel indruk.

Trier,
Amfitheater

Ik liep de wandelroute over
het terrein en door het ondergrondse deel van het theater, waarna ik
verder ging, de stad in.
Terug naar
boven
Porta Nigra
Ik reed naar de
Porta Nigra en
parkeerde daar vlakbij in een parkeergarage. Toen ik weer buiten
kwam bleek de nevel een eind opgetrokken te zijn en kon ik de Porta
Nigra aan de overkant van de weg goed zien staan. De stadspoort is
een overblijfsel uit de Romeinse tijd, toen Trier tijdens de
regering van Constantijn de Grote zelfs een tijdje hoofdstad van het
Romeinse rijk was. De poort was vroeger wit, net als de steen
waarvan hij is gemaakt. Door allerlei vervuilingen in de lucht is de
kleur donker geworden, waaraan de poort haar huidige naam te danken
heeft.

Porta Nigra,
gezien vanaf de 'buitenkant' van de stad
De Porta Nigra heeft er niet
altijd zo bijgestaan als nu. In en rond en de poort heeft men in het
verleden een kerk
gebouwd, zodat het geheel opgenomen was in het kerkgebouw. De
doorgangen waren dichtgestort met puin en op de eerste verdieping
kwamen de gelovigen samen. Pas ten tijde van Napoleon is deze
situatie ongedaan gemaakt en staat de poort er weer als poort, waar
moderne weg met een boog omheen is gelegd.

Blik door Porta
Nigra op Sankt Gangolf in het centrum van Trier
Het combi ticket geeft toegang
tot dit gebouw dat met een grote wenteltrap begaanbaar is gemaakt.
Indrukwekkend om hier een poosje rond te lopen en te zien wat mensen
in het verleden hebben gepresteerd om deze poort te maken zoals hij
nu is. Aan de poort is een museum vastgebouwd, dat ik niet bezocht.

Porta Nigra van binnen uit

Porta Nigra
vanuit de stad gezien
Terug naar
boven
Dreiköningenhaus
Vanaf de Porta Nigra liep ik
de stad in. De eerste bezienswaardigheid, niet ver van de poort aan
je linkerhand, is het Dreikönigenhaus, een oud huis (bouwjaar
omstreeks 1230) waarvan de gevel
er nog net zo bijstaat als honderden jaren geleden. Vroeger kon je
niet vanaf de straat het huis binnenlopen, de deur op de eerste
verdieping was de hoofdingang. Die bereikte je via een ladder, die
opgetrokken kon worden, zodat het huis ook als verdedigingstoren
gebruikt kon worden. Veel voorbijgangers staan even stil bij dit
fraaie gebouw en maken er foto's van.

Trier Dreikönigenhaus

Trier,
Dreikönigenhaus, voormalige hoofdingang op de eerste verdieping
Terug naar
boven
Dom
Van het Dreikönigenhaus liep
ik verder en sloeg linksaf, de Glockenstrasse in om bij de Dom te
komen. In dat smalle straatje kun je enkele fraaie gevels zien, die
naar boven toe zo uitgebouwd zijn dat ze elkaar bijna raken.

Trier,
Glockenstrasse
Aan het eind van de Glockenstrasse sla je rechtsaf
en dan loop je zo naar de
Dom, de markante kerk, waarvan de torens
op veel plaatsen in de stad zichtbaar zijn. De kerk ligt een beetje
buiten de looproute en het plein voor de kerk is tamelijk bescheiden van
omvang. De
Dom is de oudste Bisschopskerk in Duitsland, de oudste
resten dateren uit de vierde eeuw na Christus. In later tijden is er
steeds aan de kerk gebouwd, waarvan sommige sporen nog zichtbaar
zijn in de vorm van dichtgemetselde oude bogen etc.

Trier, Dom

Ik ging de kerk binnen en keek er rond.
Het gebouw ziet er goed onderhouden uit. De enorme ruimte is
voorzien van allerlei bezienswaardigheden waaronder het
zwaluwnestorgel, dat als een
vogelnest tegen de noordmuur hangt.
Het ontwerp van dit instrument is gedurfd en getuigt van
creativiteit en visie. Helaas werd er tijdens mijn bezoek niet op
het orgel gespeeld.

Trier, Dom,
Zwaluwnestorgel van Klais
Vanuit de Dom kun je naar
buiten lopen, de kloostertuin in. De kenmerkende omgang omsluit een
plaats waar geestelijken uit vroeger tijden begraven liggen. Vanuit
de omgang en de tuin heb je een mooi uitzicht op de Dom en op de
daaraan vastgebouwde
Liebfrauenkirche, die wegens
restauratiewerkzaamheden niet toegankelijk was.

Trier, Dom,
Kloostertuin

Trier, Dom
gezien vanuit de kloostertuin
Ik liep terug door de kerk en na een laatste blik op
het fraai gestuukte gewelf aan de westzijde van de kerk stapte ik
weer buiten, om mijn wandeling door de stad te vervolgen.

Trier, Dom,
gewelf aan de westzijde
Terug naar boven
Konstantin Basilika
Vlakbij de Dom
en de Liebfrauenkirche bevindt zich
Konstantin Basilika, een enorm
gebouw dat ooit dienst deed als troonzaal voor Constantijn de Grote
en nu gebruikt wordt als Evangelisch Lutherse kerk. Door de
Liebfrauenstrasse liep ik er heen. In dit deel van Trier staan veel
oude gebouwen of gebouwen die na de Tweede Wereldoorlog in stijl
zijn hersteld.

Trier,
Konstantin Basilika
De Basilika is
een zeer groot gebouw, waartegen later het Keurvorstelijk Paleis is
gebouwd. De situatie is natuurlijk niet meer zoals in Constantijns
tijd, maar de plattegrond en de hoogte van de ruimte zijn nog wel
zoals bij de Romeinen. Het gebouw is werkelijk van enorme
afmetingen. De kerkbanken staan min of meer verdwaald in de
gigantische ruimte. Een van de vensteropeningen is volgebouwd met
een orgel, dat tijdens mijn bezoek niet werd bespeeld. Foto's maken
is binnen niet toegestaan, buiten wel.

Trier,
Konstantin Basilika met ervoor het Keurvorstelijk Paleis
Na het bekijken van deze
indrukwekkende ruimte liep ik door de tuinen van het Keurvorstelijk
Paleis in de richting van Kaiserthermen.
Terug naar
boven
Kaiserthermen
De Kaiserthermen bevinden zich
in een hoek van de ruit van wegen die de binnenstad van Trier
omkadert. Van dit complex is niet heel veel meer over. Er staan
enkele stukken muur overeind en op het terrein is nog heel wat van
de ondergrondse structuren te zien. Ik kon met mijn combinatieticket
naar binnen en liep het terrein op. Inmiddels was de mist
grotendeels opgetrokken en kwam er af en toe een waterig zonnetje
tevoorschijn. Het terrein van de Kaiserthermen is behoorlijk
uitgebreid en als je alle metselwerken, gangen, tunnels en andere
structuren ziet, kom je zonder meer onder de indruk van de bouwkunst
van de Romeinen. Deze thermen in vol bedrijf moeten ongetwijfeld
veel indruk gemaakt hebben op de bezoekers van destijds.

Trier,
Kaiserthermen, nog overeind staande muren

Trier,
Kaiserthermen. In dit deel bevonden zich de koude baden
Ook nu nog maakt deze plaats indruk op bezoekers.
Duidelijk wordt dat de Romeinen beslist geen domme jongens waren.
Nog steeds getuigen het ontwerp en de overgebleven bouwsels van
grote technische en organisatorische vaardigheden.
Terug naar
boven
De Moezel
Nadat ik de Kaiserthermen
bekeken had, liep ik langs de Sankt Antoniuskirche naar de rivier. Op
weg daarheen nam ik lunch in een Kartoffelrestaurant, waar de kaart
samengesteld was uit gerechten die alle aardappels bevatten. Ik
bereikte de Moezel ter hoogte van de Römerbrücke, een brug die
gebouwd is op fundamenten die door de Romeinen zijn aangelegd voor
hun brug. Nu rijden er auto's overheen en kun je te voet naar de
andere kant van de rivier. Ik liep de brug een eindje op en maakte
foto's van de oever met de historische kranen en van de brug zelf.

Kraan aan de
Moezel

Uitzicht op de
andere oever van de Moezel, met de Mariensäule

Trier,
Römerbrücke. De zwarte pijlers stammen uit de Romeinse tijd
Terug naar
boven
Karl Marx Haus
Nadat ik bij de Moezel was
geweest liep ik terug de stad in. Ik koos voor de Karl Marx Strasse,
omdat die me het snelst op de Kornmarkt zou brengen, en omdat die
langs het Karl Marx Haus voerde. Voordat ik het geboortehuis van de
grondlegger van socialisme en communisme passeerde zag ik opnieuw de
Sankt Antoniuskirche.

Trier, Sankt Antoniuskirche
Vervolgens kwam ik langs het
geboortehuis van Marx. Hij is niet de enige beroemdheid die in Trier
ter wereld kwam. Ook Caspar Olevianus zag het levenslicht in deze
stad aan de Moezel. Zijn geboortehuis heb ik echter niet gezien.

Trier, Karl Marx
Haus
In het huis is thans een
museum gevestigd.
Terug naar
boven
Sankt Gangolf
Ik bezocht het Karl Marx Haus
niet, maar ik liep verder in de richting van de Kornmarkt om
uiteindelijk op de Hauptmarkt uit te komen.

Trier, Kornmarkt,
op de achtergrond Konstantin Basilika
Aan de Hauptmarkt staat de
kerk Sankt Gangolf, die het centrum van Trier meer domineert dan de
Dom. De kerk is niet bijzonder groot. Je kunt het gebouw bereiken
vanaf de Grote Markt, door een poort waar iemand zat te bedelen. De
kerk is in gebruik als dagkerk voor gebed en biecht.

Trier, Sankt
Gangolf boven de Hauptmarkt

Trier,
Hauptmarkt met toegangspoort tot Sankt Gangolf
Terug naar
boven
Hauptmarkt
Op de Grote Markt en in de
directe omgeving is het nodige te zien. Het bekendst is de Steipe,
die zowel vanuit de Fleischstrasse als vanaf de Markt goed te zien
is.

Trier, Steipe
(r) en Rothaus (m) gezien vanuit de Fleischstrasse

Trier, Steipe
(r) en Rothaus (l) gezien vanaf de Grote Markt
Verder staat er op de
Hauptmarkt een fraaie fontein en een Marktkruis, dat een lange
historie schijnt te kennen. Gedurende de twee dagen dat ik de markt
bezocht was er steeds een levendige drukte van mensen die de
kraampjes met planten, groenten en wijn bezochten. Verder waren er
tegelijk met mij nogal wat toeristen die foto's maakten en de markt
met de omliggende gebouwen bekeken.

Trier, Fontein
op de Grote Markt
Van de Grote Markt liep ik
terug naar de parkeergarage. Ik kwam daarbij langs de Judengasse,
een straatje waar in het verleden de Joden van Trier woonden.

Trier,
Judengasse
Terug naar
boven
Trier van bovenaf gezien
Nadat ik mijn auto had opgehaald reed ik eerst de
Petrisberg op om vandaar een blik op de stad te werpen. Inmiddels
was de meeste nevel verdwenen en scheen de zon, hoewel aan de
horizon alweer nieuwe mist kwam opzetten. Vanaf het uitzichtpunt op
de Petrisberg heb je een mooi uitzicht over de hele stad.
Informatieborden helpen je om te weten waarnaar je precies kijkt.

Trier, gezien
vanaf de Petrisberg. Links Konstantin Basilika en Sankt Gangolf,
rechts Dom

Trier, gezien
van de Petrisberg. Duidelijk te zien zijn de enorme afmetingen van
Konstantin Basilika

Trier, blik op
het Amfitheater vanaf de wijngaarden op de Petrisberg
Van de Petrisberg reed ik naar de andere kant van de
Moezel, de heuvels op naar de Mariensäule, die hoog boven Trier
uitsteekt en vanwaar je een mooi uitzicht op de stad hebt. Ook hier
maakte ik enkele foto's, waarna ik terugreed naar de stad om een
hapje te eten.

Trier, gezicht
op de Römerbrücke vanaf de Mariensäule
Ik at een voortreffelijke
forel in restaurant Zum Christophel naast de Porta Nigra, die ik
zodoende ook bij avond zag, waarna ik naar Hotel Petrisberg reed om
daar de laatste nacht van deze korte trip door te brengen.

Trier, Porta
Nigra bij avond
Terug naar boven
Van Trier
naar Echternach
De volgende
ochtend, vrijdag 30 oktober, was het opnieuw nevelig maar niet zo
erg als gisteren. Toen ik zat te ontbijten begon de mist al wat op
te trekken. Nadat ik afgerekend had reed ik de heuvel af naar de
stad. Het was toen al aardig opgeklaard en hier en daar scheen de
zon al door de wolken heen. Ik reed eerst een stukje langs de
Moezel, tot ik in Mehring een wijnbouwer vond die open was en
genegen was om enkele flessen Riesling te verkopen. Daarna reed ik
volgens de Tom Tom via de kortste weg naar Echternach (Luxemburg)
waarbij ik door prachtige herfstlandschappen in de Eifel reed.

Herfst in de
Eifel tussen Trier en Echternach
Na een uurtje kwam ik in
Echternach, een plaats op de grens tussen Luxemburg en Duitsland.
Het stadje wordt gedomineerd door de enorme Abdij, waarvan de kerk
de blikvanger is. Alle gebouwen zien er tamelijk strak en recent
uit. In de Tweede Wereldoorlog is Echternach kapot gebombardeerd en
daarna zijn veel gebouwen in stijl herbouwd. Ik bezocht de kerk,
waarin zich het graf van Willibrord bevindt, en liep een rondje door
het centrum van dit aardige stadje.

Echternach,
stadhuis

Echternach,
Abdijkerk

Echternach,
Rosarium bij de Abdij

Echternach,
Abdij met Abdijkerk, gezien vanuit het Rosarium
Terug naar
boven
Van Echternach naar Kapelle
Na dit korte bezoek aan
Echternach zocht ik mijn auto weer op en begon aan de thuisreis. Net
buiten Echternach tankte ik benzine. Deze was 25 cent goedkoper dan
de prijs die ik normaal betaal voor een liter brandstof. Daarna reed
ik over de E29 in de richting van Luxemburg stad. Ter hoogte van het
vliegveld draaide ik de snelweg op waarna ik over de A1 en de A6 met
een boog om de stad heenreed om richting de Belgische grens te
koersen.
Bij Aire de Capellen stopte ik
om wat te eten, waarna ik verder reed de grens over via de E411 in
de richting van Brussel. Ook nu kon ik weer lekker doorrijden op
deze weg. Op de ring van Brussel schoot het wat minder op, net als
een eindje verder op de ring van Antwerpen, maar ernstige vertraging
leverde dit niet op. Zodoende reed ik vlot door en stond ik rond
16:00 uur weer thuis.
Terug naar
boven
Kijk voor meer
foto's, ook van buiten Europa in mijn albums op
webshots.
Bezoek ook mijn
site met verslagen van mijn reizen in
Noord-Amerika.